Prolotherapie

Bij Prolotherapie wordt een oplossing ingespoten op locaties die beschadigd zijn door trauma of overbelasting. De oplossing veroorzaakt een milde ontsteking, waardoor o.a. groeifactoren naar de beschadigde locaties worden aangetrokken. Deze groeifactoren prikkelen de weefsels om zich te herstellen. Weefsels die in aanmerking komen zijn bindweefsel, pezen, gewrichtsbanden en gewrichtskapsels. De weefsels worden na inspuiting dikker, meer dan 40% sterker en stabieler, waardoor de belastbaarheid vergroot wordt en de pijn vermindert.

Prolotherapie wordt in eerste instantie meestal om de twee weken gegeven. Na elke behandeling wordt geëvalueerd of een volgende behandeling zinvol is. Meestal zijn in eerste instantie 2-4 behandelingen nodig. Als het resultaat goed is, hoeft geen volgende behandeling uitgevoerd te worden. Indien nodig wordt een volgende behandeling gegeven na een aantal maanden, wanneer weer wat verslechtering optreedt. Meestal zullen de behandelingen op steeds langere termijn plaatsvinden tot slechts eens in de paar jaar of helemaal niet meer. Prolotherapie kan daarom een goed alternatief bieden voor ingrijpende en dure operaties en/of gecombineerd worden met andere beschikbare therapieën zoals acupunctuur, neuraaltherapie, chiropractie of osteopathie.

Prolotherapie is voor het eerst toegepast aan het eind van de 19e eeuw en werd daarna verder ontwikkeld door de Amerikaanse huisartsen Dr. G.S. Kackett en Dr. Gustav Hemwall. De laatste heeft meer dan 10.000 gevallen beschreven met een succes percentage van 75%-90%. In de Verenigde Staten is prolotherapie een onderdeel van de humane orthopedie. In diergeneeskunde is het nog een alternatieve behandeling.

Indicaties:

  • Zwakke Kruisbanden
  • Kruisbandrupturen
  • Patellaluxatie
  • Cervicale Vertebrale instabiliteit (CVI)
  • OCD
  • kniebandletsel (collateraalbanden)
  • luxatie kaakgewricht
  • S-I gewricht luxatie
  • terugkerende schouder/elleboog/voorknie subluxatie
  • artrose en artritis
  • chronische pijn in bindweefsel of pezen als gevolg van verstuiking of overbelasting.
  • intolerantie voor steroïde en non-steroïde medicijnen en wanneer patiënten niet opknappen na operaties, steroïde injecties, fysiotherapie, chiropraktische en osteopatische behandelingen of wanneer deze therapieën niet wenselijk zijn.